De Europese Commissie zal ongetwijfeld het wetboek van inkomstenbelastingen doen wijzigen, een eerste aanzet die al meteen vragen oproept
Artikel van 29/10/2011
1°) De context:
Op dit moment luidt artikel 47 WIB92 als volgt:
"§ 1. Wanneer een bedrag gelijk aan de verkregen schadevergoeding of de verkoopwaarde wordt herbelegd op de wijze en binnen de termijn als hierna gesteld, worden de meerwaarden op immateriële en materiële vaste activa die niet zijn vrijgesteld ingevolge de artikelen 44, § 1, 2° en § 2, 44bis en 44ter en die zijn verwezenlijkt.
2° bij een niet in het 1° vermelde vervreemding
... aangemerkt als winst of baten van het belastbare tijdperk waarin de herbelegde goederen zijn verkregen ...
§ 2. De herbelegging moet gebeuren in afschrijfbare immateriële of materiële vaste activa die in België voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt."
Zoals iedereen weet viseert deze tekst wat men de gespreide meerwaardebelasting noemt.
Om dat te doen, zoals artikel 47 aangeeft, eist deze belastingregeling een herbelegging in goederen in die in België worden gebruikt.
2°) Het standpunt van de Europese Commissie:
Deze instelling bracht op 6 april 2011 een gemotiveerd advies uit (2088-4249) met referentie IP/11/421.
Ze heeft België officieel gevraagd om zijn regels voor de meerwaardebelasting aan te passen omdat ze discriminerend zijn ten aanzien buiten België gelegen activa en zo de fundamentele regels van de ééngemaakte markt belemmeren (vrijheid van vestiging, vrije verstrekking van diensten en vrij verkeer van kapitaal). Het verzoek heeft de vorm van een "met redenen omkleed advies". Als de Europese Commissie geen bevredigend antwoord ontvangt binnen twee maanden, kan ze de zaak voor het Europees Hof van Justitie brengen.
Volgens de Belgische wetgeving met betrekking tot de inkomstenbelastingen zijn de meerwaarden op materiële vaste activa, zoals gebouwen, installaties en machines, niet onmiddellijk belastbaar als ze opnieuw worden belegd in activa die in België worden gebruikt. Deze regel is niet van toepassing als de herbelegging wordt uitgevoerd in activa die buiten het land worden gebruikt, in welk geval de meerwaarden onmiddellijk worden belast. Bijgevolg genieten de vennootschappen die investeren in activa die elders in de EU of in de EER zijn gelegen niet van de gespreide belasting.
De Commissie oordeelt dat die bepalingen onverenigbaar zijn met de regels van de EU inzake de vrijheid van vestiging, de vrije dienstverlening en het vrij verkeer van kapitaal (artikelen 49, 56 et 63 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikelen 31, 36 en 40 van de EER-Overeenkomst).
3°) De reactie van de Belgische regering:
Op het moment waarop we dit artikel schreven, diende de Belgische regering in reactie op deze aanmaning (op 16 september jongstleden) een wetsvoorstel in (Doc 53 1737/001).
Volgens de motie van toelichting (p. 4 en volgende) wil het voorstel enkele gerichte maatregelen treffen, in het bijzonder de aanpassing van artikel 47 WIB 92 naar aanleiding van het hierboven aangehaalde advies van de Commissie.
De regering stelt bijgevolg voor om de wettelijke bepalingen betreffende de gespreide meerwaardebelasting te conformeren aan de bepalingen van Europees recht die in het advies werden opgenomen en door toe te staan dat de herbelegging de vorm kan aannemen van afschrijfbare immateriële of materiële vaste activa die gebruikt worden voor de uitoefening van de activiteit in zowel de andere lidstaten als in de EER.
De uitdrukkingen "immateriële of materiële vaste activa" hebben de betekenis die gedefinieerd wordt in artikel 2 §1, 9° WIB 92 (we verwijzen de lezer ernaar).
De tekst die normaal goedgekeurd zal worden zal als volgt moeten geschreven worden:
«... § 2. De herbelegging moet gebeuren in afschrijfbare immateriële of materiële vaste activa die in een lidstaat van de EER voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt."
Na het amendement dat werd ingediend op 28 september 2011 (Doc 53 1737/002 p. 3) zal de bepaling betreffende de inwerkingtreding (artikel 11 van de wet) van de nieuwe tekst als volgt worden geschreven: "artikel 2 is van toepassing op de meerwaarden die gerealiseerd worden vanaf de belastbare periode die gekoppeld is aan aanslagjaar 2012."
4°) Commentaar:
De Commissie ging er hard tegenaan, de regering wat minder.
Ze roept de onverenigbaarheid van artikel 47 WIB 92 met de artikelen 49, 56 en 63 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de artikelen 31, 36 en 40 van de EER-Overeenkomst in. Dit betekent dat deze bepaling van WIB 92 zowel tegen de beginselen van de vrijheid van vestiging als tegen de vrije dienstverlening en het vrije kapitaalsverkeer ingaat.
Bovendien is artikel 63 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie niet alleen van toepassing op de relaties tussen de lidstaten, maar ook in de relaties met derde landen.
Dat wil volgens ons zeggen dat alle bepalingen van het WIB 92 die fiscale stimuli toekennen aan Belgische belastingplichtigen of niet-inwoners in zoverre de investeringen in vaste activa of in menselijk kapitaal enkel worden gebruikt in België onverenigbaar zijn met de bepalingen van de verschillende bovenvermelde verdragen.
Nochtans verwijst de tekst die geschreven zou moeten worden niet naar het grondgebied van de EU, maar naar dat van de EER waarvan artikel 40 van de EER-Overeenkomst het volgende bepaalt:
"In het kader van de bepalingen van deze Overeenkomst zijn er tussen de overeenkomstsluitende partijen geen beperkingen van het verkeer van kapitaal toebehorende aan personen die woonachtig of gevestigd zijn in de lidstaten van de [Europese Unie] of de [...] staten [van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA)] en is er geen discriminerende behandeling op grond van de nationaliteit of van de vestigingsplaats van partijen of op grond van het gebied waar het kapitaal wordt belegd. Bijlage XII bevat de bepalingen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van dit artikel."
De door de nieuwe bepaling geviseerde landen zouden enkel de lidstaten van de EU en van de EFTA zijn (Noorwegen, Ijsland en Lichtenstein).
Men kan dan ook zich afvragen of een Belgische belastingplichtige die herinvesteert in een herbelegging gelegen in een land dat geen deel uitmaakt van het grondgebied uit de EER-Overeenkomst wel geldig is.
Niet als men zich enkel baseert op de tekst! Ten aanzien van artikel 63 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wel.
We hebben hier met andere woorden weer een bepaling die nog niet eens is geboren en al meteen heel wat vragen oproept.
Samah Dugardin en Luc Michel
Accountants en belastingconsulenten
i-Heb Management
nvdr : na de redactie van dit artikel, werdt de wijziging door het Parlement op 13 oktober 2011 gestemd
