Bijzondere aanslag van 309%: addendum bij de circulaire van 2010 is verschenen (maar nog niet gepubliceerd)
Artikel van 07/01/2012
Men herinnert zich de hetze rond een interne richtlijn van de belastingadministratie van 27.07.2011 die het einde betekende van onderhandelingen rond de toepassing van de bijzondere aanslag van 309% (300% + gemeentelijke opcentiemen) die artikel 219 WIB 92 voorziet.
Gezien de dreiging van interne controle van de ambtenaren die belast zijn met de toepassing van deze fameuze aanslag, pasten heel wat ijverige ambtenaren deze aanslag te pas en te onpas toe. We hebben er het voorbije jaar overigens een aantal alarmerende artikelen aan gewijd. Er zijn echter ambtenaren die er anders over dachten, en de minister van financiën heeft in het parlement al wat gas teruggenomen. Dit alles mondde uit in het uitstel van deze richtlijn voor onbepaalde tijd, waarbij de minister had een aantal verduidelijkingen aankondigde voor de circulaire van 01.12.2010, waar we herhaaldelijk naar hebben verwezen en die een terugkeer van het gezond verstand inluidde tegenover de richtlijn van 27.07.2011.
De administratie heeft haar doel ietwat bijgesteld en enkele verduidelijkingen aangebracht in de vorm van een addendum.
Wat houden die verduidelijkingen in?
- - Er wordt uitstel toegestaan voor alle controles die werden aangevangen voor 1 juli 2012. De ambtenaar van de administratie zal immers kunnen afzien van de toepassing van de bijzondere aanslag voor forfaitair bepaalde voordelen op basis van artikel 18 kb WIB 92 en gsm-voordelen in zoverre die voordelen (of de correctie ervan) belast kunnen worden in hoofde van de begunstigden binnen de wettelijke termijnen;
- - Als de voordelen niet werden aangegeven, kunnen ze alsnog ontsnappen aan de bijzondere aanslag als ze spontaan worden aangegeven bij een controle van de personenbelastingen van de begunstigde voor 30 juni 2012;
- - De techniek die erin bestaat om bij een controle het bedrag van het voordeel of van de correctie ervan te boeken op de debetzijde van de rekening-courant van de begunstigde is nog altijd niet toegestaan, tenzij de vennootschap ter goeder trouw was, de inbreuk buitengewoon was, het om een niet te aanzienlijk bedrag gaat en de vennootschap te boek staat als een entiteit die tegemoet komt aan haar fiscale verplichtingen.
Beoordeling
Buiten het uitstel van de termijn om uit te rukken met het groot materieel, brengt dit addendum nauwelijks nieuwe verduidelijkingen. In geval van beroep bij een fiscale rechter zou de administratie het immers erg moeilijk hebben om gelijk te krijgen in gevallen waarin de vennootschap ter goeder trouw was. Het addendum geeft enerzijds aan dat dit is om de werklast van de rechtbanken te verlichten, maar we wijzen erop dat goeder trouw een ding is, maar de voorwaarden die ze eraan koppelt een heel ander paar mouwen (uitzonderlijk, weinig relevant, respecteren van fiscale verplichtingen), en dat het nog maar eens aan de rechter is om te oordelen hoe men artikel 219 WIB 92 moet toepassen.
Nieuwigheid
De administratie zet echter wel de deur open voor vrijgestelde sociale voordelen (en voordelen die daaruit zouden kunnen voortvloeien).
Er is sprake van een redelijke uiteenlopende interpretatie voor de belasting van de voordelen met een sociaal of cultureel karakter zoals bedoeld in het artikel 38 §1, al. 1, 11° en 25° WIB 92, maar de bijzondere aanslag niet worden toegepast als de bedragen belast worden in hoofde van de begunstigde binnen de wettelijke termijnen.
Ieder addendum is uiteraard van toepassing op alle lopende procedures, wat een einde maakt aan heel wat betwistingen die ons werden meegedeeld.
Conclusie
Het is duidelijk dat de centrale administratie door op die manier te werk te gaan een stap terug heeft gezet, althans door de belastingplichtige niet bij verrassing aan te pakken aangezien de tellers tot halverwege volgend jaar op nul worden gezet.
Verder is er niks nieuws onder de zon. Wie beoordeelt of de belastingplichtige ter goeder trouw is, dat hij zich kwijt van zijn fiscale verplichtingen en dat het bedrag van de wijziging niet relevant is? Wie beoordeelt dat de uiteenlopende interpretatie van sociale voordelen redelijk is? Het is telkens de ambtenaar die belast is met de controle. Welnu, we hebben in de gevallen die ons werden meegedeeld en die we het voorbije jaar hebben becommentarieerd gezien dat ‘redelijkheid' niet meteen de leidraad was voor alle ambtenaren. Diezelfde ambtenaren weten ook dat de interne controle die de richtlijn van 27.07.2011 voorziet, niet werd opgeschort.
Andere vraag: wat met de aanslag binnen de wettelijke termijnen in hoofde van de begunstigde? is die drie, vijf of zeven jaar?
Naast de verzachtende aspecten verandert dit addendum nauwelijks iets, en is het duidelijk dat de slijtageslag nog niet voorbij is, dat de rechtbanken nog steeds overstelpt zullen worden met betwistingen rond de bijzondere aanslag, en dat er nauwelijks een verschil bestaat tussen de goede trouw en onbegrip van bijzonder vage teksten die continu veranderen, ten minste niet vanuit ons oogpunt, van de kant van de belastingplichtigen ...
Emile Masset
Hoofdredacteur van Fiscalnet
